BALEGEM: KORTE KETEN OF KORT GEHEUGEN
BALEGEM "Korte keten of kort geheugen?"
Dorpswinkels in de gevarenzone
Er was een tijd – niet eens zo héél lang geleden – dat je in het dorp gewoon alles vond: van brood tot broeksriem, van plattekaas tot postzegels. Vandaag gaan de kleine handelszaken in ons plattelandsdorp stilaan met pensioen zonder opvolging. Niet omdat ze willen, maar omdat ze... geen klanten meer hebben.
En de inwoners? Die klagen steen en been: “Ja maar allé, er is hier niets meer in 't dorp!”
Maar als je vraagt waar ze hun aankopen doen:
“Ah ja, gisteren nog naar de supermarkt geweest. In de stad.
Zo ontstaat de klassieke plattelands-paradox: We willen onze dorpswinkel behouden, zolang we er maar niet zelf naartoe moeten...
Gelukkig is daar… de kippenboer!
Om de winkelarmoede te bestrijden, toveren sommige gemeenten op zaterdag de dorpskern om tot een mobiel marktplein. Plots verschijnen er groentekraampjes, kaaskarren, kip-aan-’t-spit-verkopers en zelfs iemand die exact weet wat pastinaak is.
Het lijkt wel een aflevering van “Boer zoekt klant.” “We brengen de winkel naar de mensen, want de mensen gaan niet meer naar de winkel.” Een soort omgekeerde economie, of wat men in beleidskringen noemt: “winkel-sur-place”.
En ondertussen? Wordt er overal gepraat over de korte keten – een prachtig idee: lokaal kopen, vers van bij de boer. Maar soms lijkt die korte keten vooral kort... in gebruik.
Want geef toe: als “korte keten” betekent dat de boer drie uur moet rijden om jouw ene prei aan huis te brengen, dan is het eerder een omleiding dan een keten.
En toch...
Het tij kán keren. Eén bezoekje aan een groentekraam, een warme babbel met de kippenman, of een extra pistolet van de bakker kan het verschil maken. Want geef toe: “Echte smaak” komt niet van een barcode, maar van iemand die je bij naam kent"
HDK
Reacties