WE HEBBEN GEEN REDENAARS MEER....?
Er was een tijd dat Vlaanderen barstte van de redenaars.
Sprekers die met één zin een zaal in vervoering konden brengen, en die mensen lieten rechtveren van emotie.
Vandaag? Vandaag hebben we politici die uren kunnen praten zonder iets te zeggen. Je kan er écht naar luisteren… maar enkel als je kampt met chronische slapeloosheid.
Nieuwe regels moeten redding brengen.
Vanaf nu mag een fractie in het Vlaams Parlement nog maar vijf keer tussenkomen op de vraag van een ander. Vijf keer! Net genoeg om te zeggen:
1. “Ik ben het eens.”
2. “Ik ben het niet eens.”
3. “Dat klopt niet.”
4. “Dat klopt wél.”
5. “Mag ik nu ook eens?”
Daarnaast moeten ze voortaan écht naar het spreekgestoelte komen. Dus gedaan met roepen vanuit de achterste rij alsof je op een voetbaltribune staat. Nee nee, je moet nu letterlijk opstaan, naar voren stappen en doen alsof je een speech geeft. Met andere woorden: wie iets te zeggen heeft, moet ook de benen gebruiken. Cardio in het parlement – wie had dat gedacht?
En geen afgelezen tekstjes meer!
Waar hebben we dat nog gezien in onze gemeente Oosterzele dat raadsleden teksten aflezen van hun schermpje, maar ook het antwoord op een vraag aflezen ....
Jawel, de minister wil dat men stopt met saaie, monotone voorgekauwde zinnen van een laptopscherm af te ratelen. In plaats daarvan wil hij “meer pit” in het debat. Dus stel je voor: parlementariërs die plots in mensentaal spreken. Je hoort het goed: mensentaal. Geen paragrafen vol jargon en ingewikkelde zinnen, maar zinnen zoals: “Dat klopt niet, collega, en wel omdat ik dat ook gewoon niet vind.”
Kortom:
We krijgen terug redenaars in dit land. Of althans, pogingen tot. En wie weet… misschien krijgen we binnenkort zelfs een applausmeter in het parlement. Want laten we eerlijk zijn: als ze toch weinig te zeggen hebben, kan het maar beter grappig klinken.
Reacties