VERVOLG VAN HET RAADSEL VAN DE BALEGEMSE NOEN EN DE NOENPROEF
De Grote Dorpsstrijd om de Haring
Na de mysterieuze verdwijning van de heilige haring in het Gootje, ontstond er iets dat men in Balegem zelden zag: beweging. Niet alleen in de straten, maar ook in de geest van de inwoners, die normaal gezien enkel bewogen bij kermis of als de stoof te hard rookte.
Het begon bij de Kalle van Kalle.
Zij beweerde bij hoog en bij laag dat de heilige haring eigenlijk van haar overgrootmoeder was, die in 1897 een haring had uitgevonden “die klokken deed zingen.” Niemand kon haar verhaal bevestigen, maar ook niemand durfde haar tegenspreken – uit schrik voor haar legendarisch boze gezicht, dat kaarsen kon doen smelten.
Tegelijk beweerde Jef Bierman dat zijn familie al sinds de tijd van de Vlaamse furie de officiële Haringeters van Balegem waren, en dus automatisch recht hadden op alles wat vis was, naar zilver blonk of in het Gootje verdween.
De vlam sloeg in de pan toen de Kalle op een dag met een vergrootglas, een haringstaart en een halve schoen op het plein stond te brullen: “Dit is DNA-bewijs! Die vis had m’n grootmoeders tenen gebeten in 1913!”
Het dorpsplein veranderde in een regelrechte rechtszaal, met botterikken op banken, boeren als jury, en Cyriel De Botterik als zelfverklaarde rechter (hij had ooit een aflevering van “De Rechtvaardige Rechters” gezien en droeg sindsdien een cape).
Beide partijen riepen getuigen op.
De Kalle haalde Tante Leontien van Eveland binnen, een vrouw die beweerde “klokken te kunnen horen denken.” Zij zei:
“Ik hoorde die vis spreken, en hij zei: ‘Laat me rusten, ge zeurkousen.’ Da klinkt verdacht veel als onzen Armand, de Kalle z’n grootvader.”
Bierman haalde dan weer Nonkel Firmin van Walzegem, een man die al sinds 1962 in stilte leefde omdat hij ruzie had met het weer. Zijn verklaring bestond uit drie knikken en één luide boer, wat volgens de plaatselijke tolken betekende: “Vis hoort bij Bierman.”
Op het hoogtepunt van de chaos, stormde er iemand het plein op: Odiel Waterrad, rijdend op een oude damesfiets met fietstassen vol visgraten en klokkenonderdelen.
Hij riep: “Genoeg! Die vis is verdwenen omdat ge hem niet waard waart! De haring koos de tijd. En de tijd koos niemand van jullie!”
Iedereen zweeg. Zelfs de bakker van Eveland kneep zijn brood zachtjes tot pulp. Toen zei Odiel met plechtige stem:
“Er komt een nieuwe proef. Eén van jullie moet de noen juist weten voorspellen. Zonder klok. Wie het dichtst bij 12 uur zit… krijgt het recht om zichzelf de Ware Haringeter te noemen.”
De uitdaging werd geaccepteerd. De dorpsstrijd was nog maar net begonnen…
De Noenproef
De spanning in Balegem was te snijden, alsof iemand een mes had gezet in een pot dampende stoemp. De grote Noenproef was aangekondigd, en het hele dorp was in de ban van de vraag: Wie kon, zonder klok of hulpmiddelen, het exacte moment van de noen inschatten?
De winnaar zou eeuwige roem krijgen én de officiële titel van “Eerste Haringeter van Balegem”, inclusief een gepersonaliseerde visgraat en een zitplaats op de eretribune van de kermisstoet (naast de pastoor met het kunstgebit dat in 1993 in de soep belandde).
De Spelregels:
1. Geen horloge, geen gsm, geen zonnewijzers (na het incident met de geit en de wasdraad van vorig jaar).
2. Elke deelnemer moest exact om 12u00 “noen!” roepen.
3. Wie het dichtst bij de echte tijd zat, won.
4. De tijd werd bepaald door de Klok van het Oude Gemeentehuis, die pas werkte sinds ze een haringgraten slinger hadden geïnstalleerd.
De deelnemers:
- Kalle van Kalle, die zweerde bij haar buikgevoel.
- Jef Bierman, die zich liet leiden door de richting van de wind en de geur van soep.
- Nonkel Firmin, die niets zei maar een geheim wapen meebracht: een kip die “kotkotkoek” zou kraaien op het juiste moment.
- En tot ieders verbazing ook: Odiel Waterrad, die beweerde dat hij "de noen kon voelen in zijn knieën."
De Proef
De menigte stond verzameld op het dorpsplein, waar een tafel vol haringbroodjes, Balegems gebak en een mysterieuze pan stoofvlees stond te pruttelen sinds de ochtend (niemand wist wie het had klaargezet, maar iedereen at ervan).
Op het afgesproken moment – of ja, rond ergens tussen 11u en half 2 – gingen de deelnemers in afzondering. Er werd een grote kartonnen doos gezet over elk van hen, “zodat ze niet vals konden kijken naar de zon,” aldus Cyriel De Botterik, die zich ondertussen ook had uitgeroepen tot tijdspriester.
Plots, op een zucht na de stilte…
“NOEN!” riep de Kalle, met de zekerheid van een vrouw die zelfs tijd kan uitschelden.
“Noen!” riep Jef exact 11 minuten later, terwijl hij een stuk prei in de lucht gooide als teken van victorie.
Firmin zei niets. Zijn kip keek hem aan en deed niets.
En toen – een seconde later – hoorden ze een diepe, zware stem. Niet van een mens, maar van…
De klok zelf.
Ze bonsde drie keer, kraakte, en bromde:
“Het is geen noen meer. Ge hebt allemaal geblunderd. Behalve…”
Odiel.
Die stond recht, zonder iets gezegd te hebben, en wees naar zijn knie: “Die begon net te jeuken. Da's altijd exact 12 uur. Vraag maar aan mijn apotheker.”
Een stilte viel. Geen van de botterikken wist wat ze moesten zeggen.
Tot Cyriel het verdict uitsprak:
“Odiel Waterrad is de ware Haringeter!”
De menigte juichte. Behalve de Kalle, die op een plastic stoel ging zitten met haar armen over elkaar en zuchtte:
“’t Is weer een Balegemse noen. Te laat, en voor de verkeerde.”
De juiste noen was gevonden maar de "Balegemse noen" zou nog eeuwen blijven bestaan....
Reacties