DE BALEGEMSE KLEPMOLEN EEN WARE OVERLEVER...


De Klepmolen: een molen met meer drama dan een familiefeuilleton


Wie denkt dat een oude molen maar wat stilletjes staat te draaien, heeft duidelijk nog nooit kennisgemaakt met de Klepmolen in Balegem. Deze fiere stenen bergmolen aan de Bottelweg heeft in meer dan twee eeuwen zowat alles meegemaakt: adellijke ruzies, koppige molenaars, brandstichting, blikseminslag, familietwisten, restauraties en zelfs een koninklijke bescherming. Kortom: een echte overlever.


Het begon met een koppige molenaar...

We schrijven 1791. Jan de Waeghemaeker, een molenaar uit Anzegem maar geboren in Balegem, wil een nieuwe windmolen bouwen op het Ackelveld. Dat lijkt een eenvoudig plan, maar daar denkt de plaatselijke heer, Carolus Ignatius Justius de la Tour & Tassis, helemaal anders over. Volgens hem zijn er al molens genoeg. De burgemeester en schepenen geven hem zelfs gelijk: twee molens in Balegem en nog een hele reeks in de omliggende dorpen moesten toch ruimschoots volstaan.

Maar Jan geeft niet op. En gelijk krijgt hij! In 1792 ontvangt hij alsnog het officiële octrooi. Wel onder twee voorwaarden: de molen moet binnen het jaar gebouwd zijn én hij moet jaarlijks twee hoed graan – netjes omgerekend in geld – afdragen. De eerste overwinning van de Klepmolen was dus meteen een juridische thriller.


Eigenaarswissels en financiële acrobatie

Zoals dat vroeger wel vaker ging, wisselde de molen geregeld van eigenaar. Weduwen verkochten hem, landbouwers kochten hem, leningen werden afgesloten en schulden stapelden zich op. Soms ging het goed, soms wat minder... In 1863 belandde de molen zelfs in een gedwongen verkoop. Gelukkig vond hij telkens opnieuw een eigenaar die geloofde in zijn toekomst.


Vuur, bliksem en pech

In 1889 sloeg het noodlot toe. De toenmalige houten staakmolen brandde bijna volledig af. Geen ongeluk, maar kwaad opzet. Alsof dat nog niet genoeg was, besloot ook de bliksem zich enkele jaren later met de molen te bemoeien.

Onderpastoor Anciau beschreef het onweer van 1 maart 1915 kleurrijk in zijn dagboek. Het was zo donker dat de kerkgangers elkaar nauwelijks nog zagen. En ondertussen werd de Klepmolen letterlijk "verdonderd". De zware eiken bovenas brak af en zelfs de grondanker werd uit de aarde gerukt. Dat noem je nog eens een storm.


Van as naar steen

Gelukkig liet molenaar Denis Meireleire zich niet uit het veld slaan. Nog in 1889 bouwde hij op dezelfde plaats de huidige stenen bergmolen. Drie van de vier teerlingen – de zware funderingsblokken van de oude staakmolen – zijn vandaag nog steeds zichtbaar. Zo draagt de nieuwe molen letterlijk een stukje geschiedenis met zich mee.

Alsof één molen niet genoeg was, plaatste Denis in 1913 ook nog een stoommaalderij naast de windmolen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bewees die haar nut wanneer de wind het liet afweten.


Een familieruzie met grote gevolgen

Na het overlijden van Denis leek de molen opnieuw in rustiger vaarwater te komen. Schijn bedriegt.

Door een stevige familietwist bouwde zoon Achiel in 1922 vlak naast de molen een hogere woning mét maalderij. Slim? Misschien. Goed voor de wind? Absoluut niet. De nieuwe gebouwen hielden zoveel wind tegen dat de molen steeds moeilijker kon draaien. Voeg daar nog een defect vangwiel aan toe en in 1959 viel de molen definitief stil.

De wind verloor de strijd... van de familie.


Gered van de ondergang

Gelukkig kreeg de Klepmolen een tweede leven. In 1979 werd hij beschermd als monument en de gemeente Oosterzele besloot hem aan te kopen. Daarna volgde een grondige restauratie waarbij bijna alles onder handen werd genomen: de kap, de zolders, het kruiwerk, de wieken en het metselwerk.

Na twee jaar hard werk draaide de molen opnieuw. Op 20 oktober 1985 werd hij feestelijk heropend en vrijwillig molenaar Willy Van Nevel zorgde ervoor dat de Klepmolen opnieuw leefde.


En hij blijft draaien...

Ook in 2011 en 2012 kreeg de molen opnieuw een grondige opknapbeurt. Dankzij de Vlaamse overheid, de provincie en de gemeente kreeg hij een nieuw wiekenkruis, een opgefriste romp en de nodige technische herstellingen.

Die inspanningen bleven niet onopgemerkt. In 2016 ontving de Klepmolen het kwaliteitslabel "Actieve Molen". Dat krijg je niet zomaar: daarvoor moet een molen niet alleen mooi zijn, maar ook écht draaien, malen en bezoekers verwelkomen.


Meer dan een molen

Vandaag staat de Klepmolen er opnieuw fier bij. Zijn witte romp torent uit boven het landschap, naast de voormalige maalderij uit 1922 die eveneens beschermd erfgoed is. Binnen vind je drie natuurstenen maalstenen en een haverpletter. Bovenop rust de typische Oost-Vlaamse molenkap op maar liefst 48 rollen – een indrukwekkend staaltje vakmanschap.

Na meer dan 230 jaar bewijst de Klepmolen één ding: een beetje wind is mooi meegenomen, maar doorzettingsvermogen brengt je pas echt vooruit. En gelukkig maar... anders hadden we vandaag alleen nog een heel lang verhaal over een molen die er nooit gekomen was.

Reacties

VEEL GELEZEN ARTIKELS

HERVORMING VAN DE SCHOOLKALENDER ...?

ONZE BALEGEMSE "PATATBOEREN" VERDIENEN EEN EERLIJK LOON

ZELF EEN PERGOLA BOUWEN MET DRUIVELAAR ALS KLIMPLANT

HET WAS DE SCHULD VAN DE BALEGEMSE HEKS ....

2025 HET MASTJAAR VAN DE EIKEL

EEN TELEFOON IN EEN GROETENTUIN OP DE BALEGEMSE KREKELBERG , KAFKA....?

GROEN BEZORGD OM BAANWINKELS LANGS DE N42 IN OOSTERZELE

BALEGEMSE KERMISSEN OVERZICHT

Open Monumentendag 14 september 2025 in de Vlaamse Ardennen

ERFGOED IN VLAANDEREN