SCHELDEWINDEKE IN 1617 : BOETE VOOR OVERSPEL
SCHELDEWINDEKE
Uit het archief bisdom Mechelen
In de Middeleeuwen en zelfs tot aan de Franse Revolutie kon je ook door de Kerk gestraft worden. Veel van die straffen ging om de christelijke moraal, zoals je Pasen niet houden (indien je die niet hield, kon je niet in gewijde grond begraven worden), maar ook veel van maatschappelijke orde, voornamelijk overspel of het openhouden van een ontuchthuis. Vanaf de Verlichting midden 18de eeuw verminderen de straffen zienderogen.
Een straf kon je oplopen na een procedure: eerst werd je geroepen bij de pastoor om tot inkeer te komen. Bij onwil of ontkennen, werd je doorverwezen naar de deken. Wanneer je ook daar bleef dwarsliggen of niet kwam opdagen, werd het dossier doorgestuurd naar het bisdom die oordeelde of moest gestraft worden. Veel zaken zijn dus plaatselijk met de pastoor geregeld.
Een voorbeeldje van Scheldewindeke uit het archief...
1617: Joannes M…, 60 jaar oud, van Scheldewindeke, wegens overspel met zijn schoonzuster, veroordeeld om op zondag in de processie mee op te stappen in zijn hemd, met een kaars van 2 ponden in de hand, daarna te offeren aan het Allerheiligste en voor het volk op beide knieën God om vergiffenis te vragen.
Deze boete werd bij begenadiging omgezet in een kaars van 1 pond, een bedevaart naar Onze-Lieve-Vrouw te Halle en een boete van 10 pond groot.
Van een straf van de schoonzus is niks te vinden. Vermoedelijk trof ze een minnelijke schikking met de pastoor. (Willem Debeck)
Reacties